Zorg dat het vocht wordt afgevoerd
Om vocht af te kunnen voeren,
moet het als waterdamp in de lucht blijven zitten.
Hiervoor moet de lucht warm genoeg zijn.
In een te koude kamer zal het vocht eerder op de ramen en muren condenseren,
waardoor vocht- en schimmelplekken kunnen ontstaan.
Houd daarom de temperatuur tussen de 18 en 20 graden in de kamers waar u veel verblijft.
Op deze manier blijft het vocht zoveel mogelijk in de lucht zitten en kan het naar buiten worden afgevoerd.
Laat het huis ook ’s nachts nooit afkoelen tot onder de 15 graden in verband met condensvorming.
Door bepaalde gewoontes te veranderen,
kun je ervoor zorgen dat je binnen minder vocht produceert.
Laat de was buiten drogen,
in plaats van binnen.
Houdt de deksels zoveel mogelijk op de pannen tijdens het koken,
waardoor u er zelf voor zorgt dat er minder vocht in de woning komt.
Ventileer! Zet ventilatieroosters open en het slaapkamerraam ’s nachts op een kier.
Zet de afzuigkap aan tijdens het koken en ventileer de badkamer goed na het douchen.
Het is verstandig om veel te ventileren in die kamers waar u lang achter elkaar verblijft.
De slaapkamer dus, maar vaak ook de woonkamer.
Het is belangrijk dat de luchtvochtigheid in huis tussen de 40% en 60% is.
Dit kun je testen met een hygrometer.
Tot slot: zorg dat de lucht in alle plekken van de kamer goed kan doorstromen.
Plaats de bank en hoge kasten een stukje van de muur af,
en zorg dat de lucht ook kan stromen achter gordijnen, met name in de hoeken.
Kijk voor nog meer achtergrondinformatie op de volgende website:
https://www.rivm.nl/